|
There are no translations available.
De film District 9 gaat over een groep buitenaardse wezens die op levensgrote garnalen lijken en die daarom ook ‘garnalen’ worden genoemd. Hun ruimteschip heeft panne; het hangt stil boven Johannesburg. Mensen met helikopters halen de garnalen naar beneden en stoppen ze in een township, alwaar ze worden gediscrimineerd.
Townships
De film was een groot succes, kreeg een Oscarnominatie en werd wereldwijd geprezen. Vanwege de speciale effecten, het interessante science-fictionverhaal, maar vooral ook omdat de garnalen symbolisch zijn voor Zimbabwanen. Dat hebben de makers van de film zelf gezegd in interviews. Het xenofobische geweld in de Zuidafrikaanse townships, dat twee jaar geleden begon en nog steeds sporadisch losbarst, wordt in de film getransformeerd tot vijandigheid jegens garnalen.
Er zijn ook lieve mensen - progressieve intellectuelen, meest net als de slechte blank van kleur - die de garnalen juist willen beschermen. Er zijn ook superslechte mensen, die de garnalen uitbuiten door ze tegen woekerprijzen kattenvoer te verkopen, en die ze af en toe zelfs doodmaken en opeten. Maar dat zijn Nigerianen.
Symbool

Leve de garnaal, is dus de boodschap, en welk weldenkend mens is het daar nu niet mee eens? Wie vindt nu niet dat ook garnalen recht hebben op leven, welzijn, hulp en begrip? Te oordelen naar de overweldigende positieve reacties op District 9, eet niemand ooit een garnaal. Ja, zegt u, maar de garnaal staat hier symbool voor de onderdrukte zwarte. De garnaal is eigenlijk een mens.
Maar dat is nu juist niet het geval. De garnalen in de film District 9 gedragen zich helemaal niet als mensen. De garnalen van District 9 zijn dom en passief. Ze wonen twintig jaar op een vuilnisbelt en zijn niet in staat iets aan de viezigheid te doen. Ze laten zich in de luren leggen door de Nigerianen met hun kattenvoer. Ze hebben wapens, - die kwamen mee uit het ruimteschip -, maar je vraagt je af of ze wel weten waar die voor zijn. Want ze laten zich hun kinderen afnemen en biotechnologische experimenten op zich uitvoeren zonder ook maar een keer naar die wapens te grijpen. Hun ruimteschip heeft duidelijk reparatie nodig, maar ze kunnen de mensenwezens niet uitleggen wat voor reparatie dat dan is. De garnalen willen naar huis en de mensenwezens willen van ze af - een situatie waarin je het met elkaar eens moet kunnen worden.
Kwaad
Maar nee. De garnalen laten maar met zich doen, ze zijn volstrekt hulpeloos, ze lijken wel achterlijk. 'We love prawns', staat er op de spandoeken van de progressieve intellectuelen, en je vraagt je af waarom. Af en toe worden de garnalen kwaad, dat wel. Dan steken ze iets in brand. Of ze stelen eten uit de mensen-township. Natuurlijk willen de township-mensen van die achterlijke schaaldieren af. Ik had er alle begrip voor.
Het racisme in District 9 zit hem niet bij de anti-garnalen, maar in de metafoor. Is DIT hoe de filmmakers over de zwarte immigrant denken?
De filmmakers moeten nattigheid gevoeld hebben, want ze leggen op de DVD in een extra interview uit dat ‘dit natuurlijk science fiction is’ en dat de garnalen als soort ‘gemodelleerd zijn op bijen en mieren’, die, begrijp ik, tot niets in staat zijn zonder directe opdrachten van hun koningin. 'Alle hogergeplaatsten in de garnalenhierarchie zijn omgekomen, dus alleen het werkvolk is over en dat doet niets zonder opdracht, vandaar dat ze zo passief zijn’, is de verklaring (er doet overigens ook één heel slimme garnaal mee in de film, waar die dan vandaan komt wordt niet duidelijk). Maar als de garnalen eigenlijk een soort mieren of bijen zijn, waarom dan zo uitdrukkelijk ook de Zimbabwanen-metafoor naar voren brengen? Het is of het een, of het ander. En de wereld vindt District 9 een toffe film omdat-ie tegen xenofobie is, en voor garnalen, ik bedoel slachtoffers, ik bedoel zwarten.
Lege maag
Ik zou er niet zo over zeuren als het beeld van de zwarte als beetje rare, beetje achterlijke, beetje hulpeloze garnaal niet zo alomtegenwoordig zou zijn. Zoals Achille Mbembe in het winternummer van ZAM stelde: de westerse wereld met haar ontwikkelingshulp ziet zwarten als lege magen die van buitenaf gevuld moeten worden, niet als mensen die zelf met van alles bezig zijn. De lege magen kunnen leuke zwarte kindjes met prachtige ogen zijn, of wijze oude mannen die iets mompelen, of een vrouw die lijdt, maar het blijven lege magen. Zelfs de sterke vrouw die zelf bakstenen bakt en haar huis bouwt, twaalf kinderen in een doek op haar rug, kan dat alleen maar doen omdat er een project voor is. Want zonder project geen ontwikkeling. Het blijven immers garnalen.
Je kunt de achterlijkheid natuurlijk ook idealiseren met een aangenaam beeld. Dan kom je niet op een enge garnaal met zwart bloed, maar op een goede (in dit geval blauwe) wilde, een onbedorven natuurmens met een gouden hart. Voor wie Avatar gemist heeft: die film portretteert een in-en-in goed volk van boom-aanbidders dat het ongeluk heeft bovenop een waardevolle grondstof te wonen. Het volkje krijgt dus te maken met akelige blanken die die hun land komen stelen. Een blanke krijgt wroeging en wordt verliefd op de dochter van de primitieve koning. Zij vindt hem natuurlijk een stuk aantrekkelijker dan de primitieveling die zij vanwege haar traditie dient te huwen. Inderdaad, het verhaal is tot in detail hetzelfde als dat van de Disney-film Pocahontas. Ook daarin worden wij als ‘slechte blanken’ tegenover de goede, milieuvriendelijke, wilde geplaatst. In beide films figureert zelfs een Wijze Boom.
Drijfveer
Natuurlijk gaat het ons in ons beeld van de goede wilde, de hulpeloze garnaal, de lieve primitieveling, de Gouden Neger, niet zozeer om de wilden als wel om onszelf. Wij willen niets liever dan ons distantiëren van de blanke rovers: wij willen Goede Blanken zijn. Wij roven niet, wij geven. Wij doen ontwikkelingshulp. Wij zijn de anti-kolonisten, de anti-plunderaars. We lijken wel elke dag de verzekering nodig te hebben dat wij goed zijn voor garnalen, negers en wat dies meer zij. Dat geldt overigens niet eens alleen voor ons, die onszelf vroeger ‘links’ noemden. Het ‘goed zijn voor zwarten’ was de drijfveer voor allerlei blank-geleide initiatieven, van het christenfundamentalistische Aids-plan voor Afrika (PEPFAR) van George W. Bush tot de ‘doekjes voor het bloeden’ van het apartheidssysteem, dat toch ook hele aardige huisjes voor zwarten bouwde.
Eigenlijk willen we misschien zelf wel zwart zijn. Niet echt zwart natuurlijk - niet met naast een vuilnisbelt wonen en geen goede school in de buurt, en in overvolle bussen naar een saai baantje moeten, maar de Avatar-versie, waarin je in een wijze boom woont, af en toe een beetje rondvliegt op de rug van een prehistorische vogel, en waarin je, vooral, schuldeloos bent, en zo deugdzaam dat je uiteindelijk de hand van de koningsdochter wint.
Coma
Er bestaan inmiddels tientallen Avatar-websites, waarop mensen hun verlangen uiten naar een imaginaire samenleving waarin iedereen vreedzaam in bomen woont, de natuur geen schade doet en slechte kolonisten de toegang verbiedt. Sommige bloggers bekennen zelfs dat ze ‘graag in een coma zouden raken’, als ze zichzelf dan vervolgens maar in een Avatar-wereld zouden kunnen dromen. Wat alle Avatar-bloggers verder met elkaar gemeen hebben is dat ze blank zijn. Allemaal.
Want zwarten willen niet in een boom, die willen er juist uit. Wie nooit geld heeft gehad voor een auto, wil niets liever dan in auto’s rijden, en vliegen in een vliegtuig, en zo luxe mogelijk leven. In Mozambique willen ze DDT gebruiken tegen de malaria, in Angola en Zimbabwe malen de straatarme diamantzoekers niet om een boom meer of minder, en veel geidealiseerde ‘sterke zwarte vrouwen’ zouden een lief ding geven om van al die goedbedoelde projecten – die vaak alleen maar nog meer werk betekenen - af te zijn. Maar dit alles zien wij niet, verblind als we zijn door de stereotype van de goede natuurmens, de onschuldige primitieveling, de prachtige ‘mama Afrika’ van wie we zoveel kunnen leren. Wij zijn slecht, zij zijn goed. Wij hebben technologie, zij zijn wijs.
Tak
We zitten er maar mee, met onze zoektocht naar de Gouden Neger. We willen hem zo graag aan ons hart drukken en om vergiffenis vragen en naast hem op een tak zitten. We schamen ons diep vanwege al dat uitbuiten en stelen (dat intussen natuurlijk gewoon doorgaat). We willen ons profileren als nieuw, en anders, en behulpzaam. We willen liefhebben, helpen, geld geven, films maken, een concert geven, gratis een reclamefilmpje tegen verkrachting van zwarte vrouwen maken. (Dat zal ze wel leren, al die mensen die voor verkrachting van zwarte vrouwen zijn.) We zouden wel van alles, behalve een zwarte als normaal mens zien. |