|
Met zijn boek 'Kinderen van Afrika' probeert auteur Ton van der Lee twee soorten boeken met elkaar te verbinden: het reisverslag en het doe-het-zelf-handboek.
Aan de ene kant word je meegenomen naar Mali waar je kennis maakt met een hele serie hoofdpersonen; aan de andere kant krijg je een compleet stappenplan voorgeschoteld met als einddoel: je eigen succesvolle hulpprogramma in Afrika.
In het voorwoord verklaart Van der Lee zich aanhanger van de inmiddels populistische opvatting dat Westerse ontwikkelingshulp over het algemeen weinig effectief is. Daarnaast maken bezuinigingen de toekomst van de traditionele ontwikkelingshulp onzeker. Van der Lee besluit daarom om zelf de handen uit de mouwen te gaan steken, en wel in het kleine Malinese vissersdorpje Sanouma.
Hoewel Van der Lee de traditionele ontwikkelingshulp afschrijft, bedient hij zich in zijn boek wel van dezelfde emotionele beeldtaal als veel ontwikkelingsorganisaties. Op de voorkant prijkt een foto van een lief lachend Afrikaans meisje. Op haar voorhoofd staat de ondertitel van het boek: Het succes van particuliere hulpprojecten. Haar lach drukt dus blije dankbaarheid uit, zo luidt de enig mogelijke interpretatie.
Al sinds de tijd van de missionarissen uit de koloniale periode wordt het beeld van Afrikaans kinderen gebruikt om allerlei universele humanitaire waarden en idealen uit te drukken. Het beeld is dan ook gretig geadopteerd door de hulpindustrie. Plaatjes van anonieme kinderen - zonder volwassenen, zonder een spoor van hun lokale cultuur - drukken een gevoel van kwetsbaarheid uit, en dat zorgt weer voor meer donaties.
Ton van der Lees boek is helder en toegankelijk geschreven. Zijn beschrijvingen van Sanouma en de mensen die er wonen zijn prachtig. Aangezien Van der Lee acht jaar in het dorp heeft gewoond is hij in staat een uniek kijkje in het dorpsleven te geven. Zeer onderhoudend - sommige scenes lijken bijna afkomstig uit een soap (en dat bedoel ik op de meest positieve manier). De avonturen van Oumou en 'Michael Jackson' zijn herkenbaar voor Westerse lezers en zorgen ervoor dat de anonieme massa een gezicht krijgt.
Jammer genoeg zijn zulke scenes schaars. Het grootste deel van het boek behandelt het traject dat Van der Lee aflegt vanaf zijn aankomst tot aan de voltooiing van een schoolgebouw. Het resultaat van een indrukwekkend staaltje doorzettingsvermogen, maar de lezer bekruipt na verloop van tijd het gevoel of het in dit boek meer om de Westerse gevers gaat dan om de Malinese ontvangers. De desperate behoefte van Van der Lee en zijn medevrijwilligers om 'iets significants' te doen is overduidelijk.
Het hulpproject lijkt vooral bedoeld als ontsnapping uit de ambiguiteit van de Westerse samenleving. Een kandidaat-vrijwilliger verklaart in het boek dat ze iets 'betekenisvols' wil doen. In het dagelijkse leven is ze een goedbetaalde communicatie-expert. Blijkbaar is die baan niet voldoende om de leegte van haar leven te vullen.
De Franse essayist Pascal Bruckner schreef eens over de 'Tirannie van de Schuld'. Nadat ze tijdens hun opvoeding geprofiteerd hebben van een gigantisch arsenaal aan privileges worden sommige Europeanen zo gekweld door schuldgevoelens dat ze op een morele kruistocht gaan om in het reine te komen met zichzelf.
De Kameroense filosoof Achille Mbembe suggereerde dat Europeanen Afrika zien als een leeg sjabloon dat allerlei beelden en verhalen kan absorberen. Die beelden en verhalen (bijvoorbeeld over honger en behoeftigheid) gaan volgens Mbembe helemaal niet over Afrika, maar dienen louter als metafoor waarmee Europeanen hun eigen morele kompas kunnen bijstellen. Afrika als bevestiging van je eigen identiteit.
Geen enkel ander gebied wordt beschreven met zulke overweldigende generalisaties als de vierenvijftig landen van Afrika. Hoe komt het toch dat een gebied dat drie keer zo groot is als Europa met een bevolking van een miljard mensen vaak als één entiteit wordt gezien? Hoe kan het dat een continent dat de afgelopen vijftig jaar zo is overspoeld door journalisten nog steeds kampt met een volkomen eendimensionale berichtgeving?
Van der Lees boek biedt welliswaar een mooi inkijkje in het dorpsleven, maar hij grossiert ook in romantische generalisaties. Als hij aankomt op de kleine luchthaven van Mopti vergeet hij meteen de regen en de kou van Nederland: 'Dit is een andere wereld, nee, een andere planeet.'
Van der Lee beschrijft de bar op het vliegveld. Hij krijgt een schaaltje fruit, een paar stukken geroosterd geitenvlees en lauw bier uit een roestige koelkast. Van der Lee vindt dit duizend keer lekkerder dan het luxevoedsel op een Europees vliegveld. 'Het ontroert me, dit is echt, dit is Afrika.'
Later zit hij op een pontje dat de Niger oversteekt. De boot wordt aangedreven door een buitenboordmotor, aangezien de originele dieselmotor naar Bamako is gestuurd voor reparatie maar waarschijnlijk onderweg is gestolen. 'Niemand vindt het raar, zo gaat dat hier. Dit is Afrika.'
Krankzinnige, neerbuigende generalisaties. Van der Lee versterkt zo de muur van clichés die om Afrika staat. Met zijn Kuifje-taal vervreemdt hij de lezer alleen maar meer van het continent.
Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat Van der Lees initiatief in Sanouma het leven van twee-en-vijftig kinderen heeft verbeterd, en daar is weinig tegenin te brengen. Maar zijn boek roept uiteindelijk vooral herinneringen op aan de zendingsdrang van negentiende-eeuwse missionarissen. Herinneringen die haaks staan op de geglobaliseerde wereld van de een-en-twintigste eeuw. Van der Lee legt in zijn boek uit hoe je via Western Union geld naar Afrika kunt sturen. Hij voegt er aan toe dat zelfs Afrikaanse gastarbeiders van deze dienst gebruik maken. Maar hij vergeet te vertellen dat de totale waarde van het geld dat Afrikaanse gastarbeiders naar huis sturen het drievoudige is van alle Westerse hulp bij elkaar. De diaspora zorgt voor een gigantische geldstroom, die ook nog eens zeer effectief gebruikt wordt - het geld gaat van familielid naar familielid.
Het oplossen van een probleem, of het nu een persoonlijk of een globaal probleem is, vergt altijd een zekere mate van opoffering, of toch tenminste een compromis. Daarvan is nooit sprake in Westerse oplossingen voor 'Afrikaanse problemen' - zowel conventionele hulporganisaties als private goeddoeners als Van der Lee omzeilen elk dilemma en gaan slechts uit van hun eigen rol als Europese reddende engelen.
Dani Roderick, econoom aan de Universiteit van Harvard, berekende onlangs dat een versoepeling van het Westerse immigratiebeleid binnen twee jaar zo'n 200 miljard dollar voor Afrikaanse arbeidsmigranten zou opleveren. Inderdaad, zo'n aanpassing vergt een offer van Europa. Maar het resultaat is oneindig veel effectiever dan de plannen van mensen als Van der Lee en past veel beter in de geglobaliseerde wereld van de 21e eeuw. |