artikel Reportage
naar het overzicht419 manieren om blanke sukkels te plukken |
| Geschreven door Ineke van Kessel |
| dinsdag, 13 april 2010 00:00 |
|
Gewapend met slechts een e-mailadres maken West-Afrikaanse oplichters argeloze westerlingen jaarlijks grote sommen geld afhandig. Het is een complete bedrijfstak geworden. Onderzoek werpt nieuw licht op de werkwijze van deze gladde babbelaars. De oogst vandaag is bescheiden. In mijn e-mailbox is een bericht van dr. David Akim, 'bill and exchange manager' van de African Development Bank. Hij vraagt mijn bankgegevens om een bedrag van $10,3 miljoen over te kunnen maken, afkomstig van de rekening van een overleden cliënt. Binnen twee weken kan de transactie rond zijn, en dan zullen we het bedrag delen. Victoria te Londen ziet na een lange strijd tegen kanker nu de dood onder ogen. Ze wil dat haar fortuin ten goede komt aan goede doelen, en daar heeft ze mijn hulp bij nodig, en mijn bankgegevens. De afgelopen jaren bereikten mij vele voorstellen van 'de kinderen' of 'de weduwe' van Babangida, Mobutu, Charles Taylor en andere Afrikaanse dictators, die met mijn hulp hun erfenis veilig wilden stellen. Het is allemaal zo doorzichtig: waarom stinken mensen er dan toch steeds weer in? De Kameroenese antropoloog Basile Ndjio verdiept zich al jaren in het fenomeen van jeugdige oplichters uit West-Afrika, die met groot succes enorme sommen geld uit hun slachtoffers schudden. Om de kneepjes van het vak te leren trok Ndjio een paar maanden op met een groepje landgenoten in Parijs. Kameroenezen en Nigerianen spannen de kroon in dit internationale fraudenetwerk. Er zijn veel overeenkomsten, maar ook duidelijke verschillen Nigeriaanse oplichters, doorgaans Igbo, maken gebruik van hun contacten in de Nigeriaanse regering en bedienen zich van de symbolen van overheidsinstellingen, zoals de Nigerian National Petroleum Corporation. Ze doen zich voor als naaste medewerkers van de directeur, of als de weduwe, zoon of dochter van een staatshoofd of minister. Ze staan bekend als de ‘419-oplichters’, naar een Nigeriaans wetsartikel over internationale financiële transacties. De oplichters uit Kameroen, bekend als feymen, zijn Bamileke, een bevolkingsgroep die zich gemarginaliseerd voelt onder het bewind van president Paul Biya, sinds 1982 aan de macht. Aanvankelijk waren de activiteiten van de feymen vooral gericht op het uitmelken van de bestuurlijke elite, en van ondernemers die nauw verbonden waren met het regime van Biya. De oplichtingspraktijken begonnen begin jaren 90 in West-Afrika, toen de liberalisering van financiële transacties en het handelsverkeer nieuwe deuren opende. De laatste jaren hebben de oplichters hun werkterrein verlegd naar Europa, het Midden-Oosten, Noord-Amerika en Azië. In Afrika was de spoeling dun geworden door een overaanbod van oplichters. Bovendien werden steeds meer mensen alert op de trucs. Niet zelden konden de oplichters een flink pak slaag tegemoet zien. Vette duivenNiet alleen is het operatieterrein nu verplaatst naar Europa en elders, de opbrengsten worden steeds vaker ‘bovengronds’ geïnvesteerd, in huizen, nachtclubs, cafés, restaurants en kapsalons in de noordelijke wijken van Parijs, de Matongue in Brussel, de Bijlmer in Amsterdam en het noordwesten van Londen. Een eerdere generatie zocht haar slachtoffers vooral in Afrika, maar de jongere garde heeft rijke blanken in het vizier, ‘vette duiven’ in het jargon. Slachtoffers doen zelden aangifte. Uit schaamte voor hun onnozelheid, maar ook omdat aan de meeste transacties duidelijk een luchtje zit. Wie aangifte doet riskeert dat hij meteen wordt ingerekend als medeverdachte in een zwendelzaak. Zodoende blijft de omvang van deze praktijken onbekend. De ‘419’-ers zijn gespecialiseerd in oplichting per e-mail: als regel moet het slachtoffer een voorschot overboeken om de kosten te betalen van de transactie waarmee hij op slag binnen zal zijn. Ndjio’s kornuiten in Parijs praktiseerden ‘wash-wash’. Ze laten hun slachtoffer een koffer vol zwartgemaakte bankbiljetten zien, een ‘coating’ die nodig zou zijn voor een veilig transport vanuit Afrika. De oplichters laten zien hoe het geld met een special middel kan worden schoongewassen. Met een paar schoongewassen 100 dollar-biljetten mag het slachtoffer naar de bank om de echtheid te controleren. Dat geld is echt, en het slachtoffer telt gretig een paar honderdduizend euro of dollar neer voor een flesje afwasmiddel. Om vervolgens te ontdekken dat hij op maat geknipte stukjes papier schoonwast. Zielig en achterlijkWaarom zijn die blanken zo goedgelovig? Volgens Ndijo spelen naast hebzucht ook vooroordelen een rol. Mensen in het westen denken dat Afrikanen geen verstand hebben van ingewikkelde bancaire transacties, en daarom hulp inroepen. In Afrika kun je snel fortuin maken, want Afrika is corrupt. Ook proberen nogal wat oplichters gebruik te maken van medelijden: die arme weduwe van een Nigeriaanse oliemagnaat is zelf niet bij machte haar geld in veiligheid te brengen: daar heeft ze een blanke partner bij nodig. Afrika is zielig en achterlijk en onwetend in geldzaken – als je als hulpvaardige westerling de helpende hand biedt, word je er zelf ook beter van. Het is een fascinerend fenomeen, maar is het ook een specifiek Afrikaans verschijnsel? De technieken zijn duidelijk van Afrikaanse bodem, maar zijn er wezenlijke verschillen tussen deze Afrikaanse slimmeriken en de makelaars in gebakken lucht die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de huidige financiële wereldcrisis? Veruit de meeste financiële transacties zijn niet gebaseerd op goederen of diensten. Het manipuleren van verwachtingen en percepties is door zowel beurshandelaren als feymen tot een ware kunst verheven. Andere onderzoekers van de West-Afrikaanse fraudepraktijken stellen dat de oplichters gewoon het gedrag van hun regeringen imiteren, die al sinds jaar en dag de staat uitmelken ten behoeve van hun privé-gewin. Nigeria en Kameroen figureren immers al jaren in de top drie van de corruptie-index van Transparency International. Volgens Ndjio doet die uitleg geen recht aan de slimheid van de oplichters. De fraudeurs zijn geen na-apers, maar uitvinders van nieuwe vormen van accumulatie waarbij ethische en juridische codes geen rol meer spelen. Zwarte sloebers maken handig gebruik van de vooroordelen van blanke sukkels. Die uitleg klinkt aantrekkelijk, maar gaat voorbij aan het patroon dat Ndjio zelf schetst. De oplichters verlegden hun werkterrein pas naar het Westen nadat ze het eigen continent hadden kaalgegraasd. Ook zonder raciale stereotiepen is de mens, in Europa, Afrika en waar niet, graag geneigd om te geloven dat er manieren zijn om in één klap je fortuin binnen te halen. Niet voor niets zijn piramide-spelen en loterijen ook in Afrika razend populair. De verklaring ligt voor de hand: je ziet mensen om je heen die stinkend rijk zijn, zonder dat ze daar zichtbaar hard voor werken. Welke magische trucs hebben zij gebruikt? Als dan een gladde prater belooft dat ook jij instant-miljonair kunt worden, zijn zowel zwarte als blanke sukkels maar al te graag geneigd daar in te trappen. De pot met goud aan het eind van de regenboog is misschien wel een universele natte droom. |
| Laatst aangepast op dinsdag, 21 december 2010 15:13 |









